Onderzoek
... aan houtvondsten:
Tijdens archeologisch onderzoek komen houtvondsten in vorm van keukengerei, speelgoed, persoonlijke voorwerpen zoals kammen en schoeisel, of vondsten zoals een houten wiel onderin een waterput of duigen van vaten aan het licht. Na de berging en het schoonmaken wordt in eerste instantie de gebruikte houtsoort bepaald. Vervolgens wordt gekeken naar de geschiktheid voor een dendrochronologische datering of/en 14C datering. Wanneer de functie, het gebruik van de vondst niet duidelijk is, wordt getracht deze te achterhalen. De mate van gaafheid, zeldzaamheid en representativiteit bepaald tenslotte het selectie advies.
... aan bouwhout en 'natuurlijk' hout:
Bouwhout in vorm van planken, balken, palen en constructie-elementen maakt vaak deel uit van een (bewaard gebleven) structuur. Te denken valt aan wegbeschoeiingen, aan palen van huisplattegronden of beschoeiingen. Het onderzoek aan deze categorie houtvondsten levert informatie op over de constructie van bijvoorbeeld huizen, spiekers en erfinrichtingen. Ook hier wordt gekeken naar de gebruikte houtsoort en de geschiktheid voor een dendrochronologisch dateringsonderzoek. Daarnaast wordt onderzocht hoe de constructie eruit heeft gezien, of het om tweedehands hout gaat en hoe de kwaliteit van het bouwhout omschreven kan worden.
De informatie waarde van 'natuurlijk', dus niet bewerkt hout valt niet te onderschatten. Zo werd bij rituelen bewust gekozen voor specifieke houtsoorten. Hazelaar, Zwarte vlier en wilg zijn enkele houtsoorten die regelmatig in kuilen worden gevonden, die bijvoorbeeld met seizoensvieringen in verband worden gebracht.
... aan houtskool:
Houtskool komt voor in crematiegraven, in haardplaatsen, kuilen of wanneer een huis is afgebrand – als restanten van nederzettingsstructuren. Het onderzoek aan houtskool verschaft informatie over de gebruikte houtsoort, over voorkeuren voor bepaalde soorten en over de aanwezigheid van secundair gebruikt hout en sprokkelhout.
